Generatie Niks y el Muro de Berlín

Nanne Timmer

Después de siete horas de viaje: Checkpoint Charlie, Berlín, 1986.

El trayecto de nuestro autobús iría por Berlín Este y Berlín Oeste a Leipzig, el del otro grupo coincidía en parte, pero en vez de a Leipzig iría a Potsdam. Ellos ya habían pasado la aduana hace rato. Pero nosotros no entendíamos por qué el control tardaba tanto en nuestro caso. Hasta que entró un tipo. Uno de uniforme y cara de perro.

El policía siguió revisando los pasaportes uno por uno hasta que llegó al asiento de un muchacho de mi aula con cara de bueno. Se detuvo una y otra vez: las páginas de su pasaporte le miraban fijamente. Salió del bus y volvió de nuevo. Se paró frente a él. ¿Zimmerman?, preguntó. Ja, dijo el muchacho. Continuó hablándole en alemán y no es que el joven no lograra responderle, lo hizo bastante bien a nuestro entender, pero la insistencia del agente-perro y la mirada gafuda de nuestro profesor de alemán ponían en tensión a cualquiera. Le hizo otra pregunta en alemán y allí el profesor intervino. El agente se les quedó mirando seriamente a ambos, devolvió el pasaporte y salió del bus.

Mi amigo suspiró de alivio y todos nosotros preguntamos qué había pasado. “No sé, supongo que me veían sospechoso por mi apellido alemán”, dijo sonrojado. Sentimos que nos habíamos escapado de tremendo peligro político por los pelos, por lo cual la muchacha que estaba a mi lado opinaba que nos merecíamos unos chocolates kitkat antes de continuar nuestro viaje de una semana al Este.

En Leipzig nuestros profesores habían organizado un encuentro con una unión estudiantil alemana. Se me quedó grabada la incompatibilidad de los dos mundos ideológica y culturalmente diferentes que se tocaban allí. Si la preocupación fundamental de los torpes y tímidos adolescentes que éramos nosotros era no hacer el ridículo hablando en alemán y -ante todo- aparentar ser cool, la preocupación de aquellos jóvenes alemanes -que aparentaban todos tener algunos años más- era dejar en evidencia su acceso a la gravedad del mundo. Y lo que supongo ahora era el equivalente de la unión de jóvenes comunistas en Leipzig no pretendía dejar de restregarnos eso mismo: nuestra despreciable frivolidad.

Dos o tres de ellos, altos, nos miraron desde el borde de lo que nosotros habíamos interpretado como pista de baile pero pensándolo en retrospectiva seguramente estuviera pensado como espacio abierto para el debate ideológico. Ellos de pie, espalda recta, ropa sobria, brazos cruzados y mirada juzgadora.

Me quedé mirando mis tenis.

No recuerdo si alguna vez antes había reparado en el enorme vacío cultural y político que habitaba en ellos, en los nike o adidas, en nuestras risas y bailes funk o en nuestras chaquetitas pop. Fue la primera vez que pensé en eso. Por supuesto, algunos de nosotros ya habíamos intentado quitarnos algo de superficialidad mediante un cambio de signo: ropa o pelo negro, estilo punk y botas o zapatos converse negros que codificaban como inteligentes.

Habíamos cambiado George Michael por Prince, Madonna por U2, Michael Jackson por The Cure. Pero, como ven, ese cambio era solo de marca, de significante. Difícil quitarle frivolidad y vacío a los hijos de la postmodernidad del mundo occidental en los años ochenta, o a ´la generación nada´, como nos llamaban.

Nuestros profesores habían optado por no dirigir la conversación con los jóvenes alemanes de la RDA y dejarnos intercambiar ideas libremente, pero salieron avergonzados ante nuestro sintomático vacío, nuestra incapacidad de debate y nuestros frívolos pasitos de baile y frases malas en inglés. Pero la verdad fue también que aquellos alemanes mostraban cara de pocos amigos y ¿de qué íbamos a hablar?

Curioso que con el término postmoderno se puedan referir cosas tan diferentes como la onda de la generación de los alemanes del Este en los ochenta (jóvenes que no solo creyeron en un cambio social sino que participaron activamente en él); un grupo de pintores y artistas en La Habana por la misma década y mi nada heroica generación nada.

Nada que ver con nada.

Todavía no sé si ese viaje de turismo ideológico estuvo ideado por mi escuela para hacernos personas mejores o peores. O para que nos deshiciéramos de los estereotipos con los que nos habíamos criado. O para que los afirmáramos más.

No sé.

Quizá para que nuestros saberes y gustos se hicieran más refinados o más burdos. Pero cuando recuerdo los chillidos de euforia y los saltitos de mono de Hikkes al pasar por un McDonald´s en Berlín Oeste sé que la causa de todo fin educativo estaba perdida en nosotros.

Perdida y muerta.

Al final, no hubo más viajes a Berlín ni siquiera para los grupos que en la escuela venían después de nosotros. Más hamburguesas sí. Muchas. Aunque Hikkes con el tiempo se haya hecho vegano.

 

Klein Orkest- canción holandesa de la época

Generatie Niks en de Berlijnse Muur

Na zeven uur onderweg: Checkpoint Charlie, Berlijn, 1986.

Onze bus zou door Oost en West-Berlijn uiteindelijk naar Leipzig gaan, die van de andere groep zou dezelfde route nemen maar in plaats van Leipzig, Potsdam als eindbestemming hebben. Zij waren allang door de douane. We begrepen niet waarom de controle bij ons zo lang moest duren. Totdat een man de bus inkwam, in uniform en met intimiderende blik.

De agent liep één voor één de paspoorten na totdat hij bij de stoel kwam van een jongen uit mijn klas, een krullenbol. De man bleef bladeren en opkijken: elke pagina van het paspoort keek hem strak aan. Hij verliet de bus even en kwam weer terug. Weer bleef hij voor dezelfde jongen staan. Zimmerman? Vroeg hij. Ja, zei de jongen. Hij ging door in het Duits. Niet dat het de jongen niet lukte om te antwoorden, dat deed hij best goed, vonden we, maar de indringende ogen van de politieman en het starende brilletje van onze leraar Duits zou iedereen gestrest hebben gemaakt. Hij vroeg hem weer iets in het Duits en toen greep de leraar in. De agent bleef hen strak aankijken, gaf het paspoort weer terug en liep de bus uit.

Mijn klasgenoot zuchtte van opluchting en we vroegen allemaal wat er gebeurd was. “Ik weet niet, ik denk dat ik verdacht was door mijn Duitse achternaam”, zei hij blozend. We hadden het idee dat we door het controlerende oog van de Duitse Staatsnaald waren gekropen. Een meisje naast me vond dat we daarom wel een Kitkat verdiend hadden terwijl we ons weekje in het Oosten voortzetten.

In Leipzig hadden de leraren een bijeenkomst georganiseerd met een Duitse studentenvereniging. De cultuurshock tussen die twee ideologisch tegenovergestelde werelden staat me nog steeds bij. Wij als onhandige en verlegen pubers waren vooral bezig niet voor schut te staan als we in het Duits moesten praten en het ging ons er met name om cool over te komen. Deze jonge Duitsers -die allemaal net een paar jaar ouder waren- daarentegen, leken als uitverkorenen toegang te hebben tot de echt serieuze en ernstige zaken van het leven. Waarschijnlijk waren ze een afvaardiging van de partij van jonge communisten van Leipzig, ik weet het niet, maar ze leken er vooral op uit ons in te peperen hoe verachtelijk ons frivole gedrag wel niet was.

Twee of drie van hen, lang, keken naar ons vanaf de rand van de dansvloer. Tenminste, we dachten dat dat de dansvloer was, achteraf bekeken was het eerder een soort arena waar debatten plaats konden vinden. Zij stonden daar met rechte rug, nietszeggende grijze kleren en armen over elkaar ons aan te staren met een veroordelende blik.

Ik keek naar mijn gymschoenen.

Voor het eerst stond ik stil bij die enorme politieke en culturele leegte die van mijn gymschoenen uitging, Adidas of Nike, dat maakte niet uit, net als onze idiote gelach en funky danspasjes. Natuurlijk hadden we al wel eens geprobeerd er minder oppervlakkig uit te zien. Door zwart haar bijvoorbeeld, punk, zwarte laarzen waardoor je wat intelligenter leek.

We hadden George Michael ingeruild voor Prince, Madonna voor UB40 en Michael Jackson voor The Cure. Maar dat was slechts het ene merk voor het andere verwisselen. Onmogelijk om de kinderen van de postmoderniteit in de Westerse jaren tachtig uit die leegte en oppervlakkigheid te trekken. Generatie Niks, zo werden we ook wel genoemd.

Onze leraren hadden gekozen om de ontmoeting met de jonge Duitsers uit de DDR niet teveel te organiseren maar om ons vrij met elkaar ideeën te laten uitwisselen. Even later stonden ze buiten, met plaatsvervangende schaamte over onze oppervlakkige danspasjes en songteksten in slecht Engels. Op zich hadden die jonge Duitsers zich ook niet van hun meest vriendelijke kant laten zien, en waar moesten we het in godsnaam over hebben met elkaar?

Raar te bedenken dat de term postmodern zowel gebruikt wordt voor die generatie Oostduitsers (die niet alleen in een sociale verandering geloofden maar er ook een mogelijk maakten), voor kunstenaars in Havanna in diezelfde jaren en voor mijn absoluut onheroïsche Generatie Niks.

Niks met elkaar te maken.

Ik weet nog steeds niet of dat reisje ideologisch toerisme bedacht was door mijn school om ons tot betere of slechtere mensen te maken. Om ons van de stereotypen te ontdoen waarmee we waren opgevoed of om ze juist te bevestigen.

Geen idee.

Misschien om onze ideeën en smaken wat geraffineerder te maken of juist nog oppervlakkiger. Maar als ik denk aan het gejuich en de apensprong van Hikkes toen we langs McDonald´s reden in West-Berlijn, weet ik dat enig educatief doel met ons verloren was gegaan.

Verloren en voor niets.

Er kwamen geen reisjes naar Berlijn meer, zelfs niet voor de klassen die na ons kwamen. Meer hamburgers, dat wel. Veel zelfs. Ook al is Hikkes uiteindelijk vegetariër geworden.

Nanne Timmer (La Haya, 1971). Poeta, ensayista e investigadora. Es especialista en análisis cultural y literatura latinoamericana contemporánea en la Universidad de Leiden, donde se doctoró en el 2004. Ha publicado, en ensayo, los libros Ciudad y escritura (LUP, 2013) y Cuerpos ilegales (Almenara, 2018); en antologías Gerard Fieret. Los hombrecitos hasselblad (Kriller, 2019) y La isla de cuba: Twaalf Verhalen en een Revolutie (Marmer, 2017); en cuento, Dingetjes (Isidoro, 2001); y en poesía, Einsteinʼs three fingers (Doublepoint, 2011) y Logopedia (Bokeh, 2012), entre otros.

Responder

Introduce tus datos o haz clic en un icono para iniciar sesión:

Logo de WordPress.com

Estás comentando usando tu cuenta de WordPress.com. Cerrar sesión /  Cambiar )

Google photo

Estás comentando usando tu cuenta de Google. Cerrar sesión /  Cambiar )

Imagen de Twitter

Estás comentando usando tu cuenta de Twitter. Cerrar sesión /  Cambiar )

Foto de Facebook

Estás comentando usando tu cuenta de Facebook. Cerrar sesión /  Cambiar )

Conectando a %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.